Wandelen tussen schapen en kevers | Heidschnuckenweg | Duitsland

Duitsland-Heidschnuckenweg-23

We volgen de Heidschnuckenweg, een Duitse Qualitätswanderweg die van noord naar zuid over de Lüneburger Heide voert. Op deze uitgestrekte vlaktes grazen heideschapen en keutelen kevers. Waarschuwing: als de heidebarometer op 100% staat grote kans op heidekoetsen en heidekoninginnen.

Tekst en fotografie: Nanda Raaphorst

Duitsland-Heidschnuckenweg-1

‘Viele Grüße aus der Heide staat er onderaan de mail. Getekend Hartmut Müller, zertifizierte Landschaftsführer. Hij belooft een dag met ons mee te wandelen over de Heidschnuckenweg, een 223 kilometer lang wandelpad over de Lüneburger Heide tussen Hamburg en Celle. Als je je wandeling op het juiste moment plant, staat je ‘ein Teppich von rosarot blühender Heide’ te wachten dat is uitgespannen over een ‘sanft gewellten Landschaft’.

Duitsland-Heidschnuckenweg-10

Heideromantiek

Wie het romantisch wil hebben, kan het romantisch krijgen. Ook hier, in Haus Heidelust in Weseloh, druipt de heideromantiek van de wanden. Geen wifi, wel een hutje op de hei in kruissteekjes met een lijstje erom. Een vilten heidekoningin met haren van stro. Gefiguurzaagde schapen waar je de servetten kunt klem zetten tussen de konten. Om precies te zijn Heidschnuckenkonten. Het Heidschnucke is niet zomaar een schaap. Het heeft stevige horens, een grijszwarte vacht, stamt af van het Armeens schaap en heeft darmen van 26 maal de lichaamslengte zodat tussen in- en uitgang de houterige heidestruikjes goed worden verteerd. Het is het schaap dat we volgen op de Heidschnuckenweg.

Duitsland-Heidschnuckenweg-9

Heideprullaria

De Lüneburger Heide was ooit een onherbergzame vlakte van hei en zand, zover je kon zien. Er lagen stoffige paden van soms 200 meter breed. Ze werden door paard en wagens kapot gereden tot zandverstuivingen, waarbij de lucht verduisterde en je de zon niet eens meer kon zien. Oriënteren was nauwelijks mogelijk op de kale vlakte, sneller dan 7 kilometer per uur kwam je niet vooruit. En dan waren er ook nog bedelaars en rovers die de boel onveilig maakten. Met angst en beven begonnen handelslieden hun tocht over de woeste heidevelden, er nooit zeker van of ze de overzijde zouden halen. De imker was de enige man die een wapen mocht dragen om zijn waar – honing – te verdedigen tegen het tuig. Nu resten alleen wat kleine lapjes hei. En omdat we daar zuinig op moeten zijn is er gek genoeg van die restjes een attractie gemaakt: met koetsjes kun je over de heide hobbelen, er wordt jaarlijks een heidekoningin gekozen en er zijn heide-braderieën waar je heideprullaria kunt kopen. Tot groot ongenoegen van Herr Müller, unser Heideführer.

Helaas voor de hei

Herr Müller is klein, vriendelijk en weet veel. ‘Die rugzak ist zu schwer’, vindt hij, als we – nahijgend van het ontbijt van heidebrood met heidejam en heidethee met heidehoning – elkaar de handen schudden. Goedemorgen Herr Müller. Hij draagt kleding in kruipdoorsluipdoorkleuren om de bloei en groei niet te verstoren. En hij heeft nog gelijk ook: die rugzak is te zwaar, vooral omdat het zo warm is. Temperaturen waarvan de hei in haar schulp kruipt in plaats van te ontploffen. Maar 25% staat in bloei, minstens twee dagen regen heeft de hei nodig, en dat is bovenóp de 15 miljoen kubieke meter water die ook dit jaar weer in de hei zijn gepompt. Maar helaas voor de hei is het stralend weer. We zagen het snakken van de hei gisteren al op de Brunsberg. Zes stoffig zandpaden voeren naar de 129 meter hoge top. De zon brak door de mist en zette zo de hele omgeving in het licht. Dennen en zilverberken met de voeten in een zee van hei die lilapaars had moeten kleuren maar nog niet verder kwam dan rozig bruin. Het grote voordeel hiervan, zei een tegenligger, is dat het nog lekker rustig is. Want als de Heide-barometer tegen de 100% loopt, is het hek van de dam. File op de Heidschnuckenweg.

Duitsland-Heidschnuckenweg-16

Bodem vol steen

Voorlopig was het stil – in het brede dal van de glasheldere Büsenbach, op de zandpaadjes door het dennenbos en in het dorpje waar we moesten aanbellen om de bidons te vullen. En ook nu, dag 2, lijkt de hei voor ons alleen. Herr Müller gaat ons voor. We lopen over een vlakte, lichtglooiend is die en ‘verzwaard’ met grote keien. In de plooien van de bodem groeien donkere dennen. We staan stil, laten ons opwarmen door de zon, maar Herr Müller popelt. Ooit was ‘zijn’ heide – de Lüneburger Heide – het grootste heidegebied van midden-Europa. Hij wil ons van alles laten zien. Hei van verschillende soorten. Erika. Wacholderheide. En Calluna Vulgaris, struikhei. Die kan goed tegen droogte, zoals hier op de Lüneburger Heide. Het was de belangrijkste plant voor de heideboeren. Ze maakten er bezems van, hielden er bijen en schapen, bedekten met de struiken de stallen. Dat de hei zou dichtgroeien als niet een grote kudde schapen het pijpenstrootje zou weg grazen. En dat die grote stenen morenen uit de ijstijd zijn. ‘De bodem zit er vol mee’, zegt Herr Müller, ‘soms kregen we de routepaaltjes niet eens in de bodem.’

Duitsland-Heidschnuckenweg-21

Kevers en keutels

Dan laat hij zich op de grond zakken. Het zijn dan misschien kleine lapjes hei die over zijn, wildleven is er genoeg. Bijna tweehonderd soorten vogels, tientallen zoogdieren, otters, slangen, wasbeertjes, zelfs de wolf komt in de buurt, maar vooral interessant zijn de mestkevers. De paden zitten vol met de zwartglanzende beesten. Ze buitelen over elkaar heen door het zand, houden elkaar in een wurggreep en als je goed kijkt zie je dat al die strijd niet is vanwege een mooi mestkevervrouwtje maar om schapenkeutels. De keutel van een Heidschnucke past namelijk precies op de ingang van hun ondergrondse gangenstelsel en niet zo’n kogelrond afsluitdekseltje te hoeven boetseren van zand en aarde scheelt een hoop gedoe. Herr Müller kijkt erbij alsof hij de uitvinder zelf is van de keuteldeur.

Heidekermis

Op een terras in Undeloh lunchen we onder grote parasols. Het dorp dobbert op de kaart tussen het lila van de Wilseder Heide en het lindegroen van bossen. In de winter kun je in Undeloh je hart horen kloppen, maar op een zomerse dag stromen toeristen op het fraaie kerkje af, is het druk in het Heide-Erlebniszentrum, klotsen paarden met Heide-koetsen door de straten, en – Herr Müller kan het nauwelijks aanzien – vult een bazar met Heide-snuisterijen de stoepen. Er is van alles te koop, van Heidschnuck-sokken en -spaarpotten tot Reine Heidehoning en Heidecrème. ‘Das alles hat níchts zu machen mit Heidschnuckenweg’, bromt Herr Müller terwijl hij met grote passen ons probeert weg te loodsen van de heidekermis. Maar Marjolein heeft zich laten verleiden door de dorpsbart in heidekostuum. Tussen twee ademhappen in – dat duurde lang –  gaat ze ervan door. We sluipen het dorp uit, de hei op waar al snel alle geluiden verstommen.

Duitsland-Heidschnuckenweg-13

Slecht nieuws

De Heidschnuckenweg volgt een langgerekt dal. Vanaf het hooggelegen pad kijken we uit over een soort oervlakte, wijds, ruig, begroeid met pijpenstrootjes en heide in stroken goudgeel en bruinpaars. ‘Nicht leuchtend lila, aber auch sehr schön nicht?’ Herr Müller glimt. Verspreid over de hei staan jeneverbesstruiken – stram als oude mannetjes bij elkaar. In de verte grazen wilde paarden en dichterbij liggen boomskeletten mooi te zijn onder rijen oeroude beuken. Ze markeren het pad dat uitkomt bij een schapenstal. Met grote stappen loopt Herr Müller op de schapenherder af, een boomlange man met roodverbrand gezicht onder een vilten hoed. Hij leunt op zijn stok, staat met zijn laarzen tussen de pijpenstrootjes die zijn schapen proberen weg te grazen. ‘Een wolf heeft een dier verscheurd’, vertelt Herr Müller, ‘een paar honderd meter verderop.’ De herder schrikt ervan. Dat is slecht nieuws. Hij heeft een kudde van 550 schapen, en zit niet te wachten op wolven die zijn schapen bedreigen. Drie jaar heeft hij gestudeerd, niet alleen hoe hij zijn schapen moet hoeden, ook de traditionele wijze van landbouw, de wisselteelt van rogge, haver en boekweit.

Mensen van de hei

De schapenstal vormt met enkele andere oude gebouwen het gehucht Wilsede. De huizen van rode steen en rieten daken liggen verspreid in het gras, beschut tegen de wind door stevige eikenbomen. We willen het allemaal zien, hoe vroeger de Heidjer, de ‘mensen van de hei’ leefden. Hoe ze in hun Rauchhauser tussen de rook en geuren van drogende hammen het spinnenwiel aanslingerden, hoe ze de boekweitgrutten tot pap kookten, maar het als museum ingerichte huis is al dicht en Herr Müller heeft haast. De zon is zakkende, het thuisfront wacht. Die kant op voor Niederhaverbeck wijst hij, over de Wilsederberg, even klimmen naar 169 meter en dan heb je een uitzicht om van te watertanden. De late zon kleurt het land oranje, geen foto die de sfeer kan vangen.

Prairie

Kilometershoge gletsjers schoven de bodem als een velletje tussen masseursvingers in plooien vooruit. Riviertjes sleten zich diep in de bodem in. Er was een periode dat het land erbij lag als een toendra, drassig, vol muggen en misschien wel stinkend. Pas 10.000 jaar terug raakte het begroeid. Eerst met berken en beukjes, daarna ook eiken en andere soorten. Maar toen de mens zich settelde, zo’n 5000 jaar terug en de bodem intensief liet begrazen ging het neerwaarts met het bos. Alleen de hei deed het goed op de voedingsarme bodem. Maar afplagging en overbegrazing zorgde voor zand, heel veel zand en toen aan het boeren op de hei een einde kwam, ging men het land weer bebossen. Van de hei was niet veel meer over en dat maakte haar zo geliefd. Bij schilders en dichters, bij natuurbeheerders en wandelaars, bij jong en wat ouder en vooral bij wat ouder dan wat ouder.  ‘Als je jong bent hou je van de bergen, als je 50 bent van de heuvels, als je 70 bent van de hei’, had Herr Müller ons gisteren verklapt. Dat vinden Marjolein en ik niet helemaal kloppen. We vinden de hei prachtig, maar we zijn nog lang geen zeventig. Dat mocht Herr Müller willen.

Informatie Heidschnuckenweg

Route De Heidschnuckenweg is een bewegwijzerde route van 223 km, opgedeeld in 14 trajecten van 7 – 26 km. Hij voert over de Lüneburger Heide tussen Hamburg-Fischbek en Celle. Wij liepen vier dagtrajecten, van Buchholz in der Nordheide (met station) via Wesel-Undeloh, Niederhaverbeck en Bispingen naar Soltau (met station), in totaal 86 km. Navigatie De route is uitstekend gemarkeerd, extra hulp is de topokaart Heidschnuckenweg.
Zwaarte Zwaar is deze vierdaagse wandeling niet, het terrein is vlak tot licht heuvelig. Het hoogste punt is de Wilsederberg, 169 m hoog. Overnachten Op dagafstand wandelen (15 – 20 km) vind je accommodatie, maar terrassen zijn dun gezaaid. Neem water en eten voor de hele dag mee. Vervoer De treinreis Utrecht – Buchholz is  circa 5 uur reizen (minimaal 2x overstappen). De mooiste maanden voor de Heidschnuckenweg zijn augustus en september als de hei in bloei staat, maar ook buiten die maanden is het er mooi, en bovendien veel rustiger. Hou de heidebarometer in de peiling!

Nog meer informatie over de Heidschnuckenweg

Surf naar Op Pad voor een artikel over de Heidschnuckenweg met veel achtergrondinformatie. Op Heidschnuckenweg alle officiel info over de wandelroute. En op Lüneburger Heide leuke en praktische weetjes over het gebied, plus de heidebarometer.