Weekendwandeling Voerstreek | België

LR-Voerstreek-vanuit-Remersdaal-024

‘Die kant op, en dan omhoog, voor het allermooiste uitzicht’, grijnst Viktor als hij de deur met een zwaai achter ons dicht doet. De kou hapt meteen in ons neus, uitzicht nul komma nul. Als we omkijken voor een escape terug de warmte in, is Viktor verdwenen in zijn Cuba Libre, een sfeervol, zwoel hotelletje in het Zuid-Limburgse Vijlen. Goed startpunt voor deze tweedaagse tocht door de Belgische Voerstreek.

Tekst: Nanda Raaphorst | Fotografie: Margriet Spangenberg

 

LR-Voerstreek-vanuit-Remersdaal-024

Gure oostenwind

Daar staan we in de kou, met weeralarm ‘code oranje’ in de lucht, en een fikse weekendwandeling voor de boeg. Het plan: van Vijlen de Belgische grens over naar Remersdaal, en morgen dwars door de Voerstreek naar Eijsden. Er waait een gure oostenwind, de sneeuw wordt horizontaal over het land geblazen. Terwijl Nederland en België zich met sloffen en chocolademelk verschansen bij de kachel, proberen wij zonder botten te breken af te dalen in de opgevroren holle weg. ‘Ik kom jullie wel redden’, had Viktor nog gegrapt.

 

 

Rode sneeuwbrigade

De wereld is grijs-wit, de bodem ijzig en glibberig. Hier in het grensgebied België-Limburg bestaat die bodem uit mergel, waarin de riviertjes Gulp, Geul, Veurs en Voer zich diep hebben ingesleten. En op die hoogvlakte ligt Vijlen, een dorp dat zichzelf heeft uitgeroepen tot Nederlands enige echte bergdorpje. Van opzij opent de wind de aanval op ons, en van boven komen regendruppels die in de lucht bevriezen en als vlijmscherpe ijspegels naar beneden suizen. Getinkel van glas als ze de bladeren raken of op de bodem uiteen spatten in scherven. Dat is in het Vijlenerbosch, waar we via een wirwar van paden afzakken naar Epen voor een warme appelgebak bij herberg De Smidse. We proberen de deur. Gesloten. Achterom? Geen kip. Violen zwellen aan. De wandelaars hebben alleen een zak pepernoten mee. Het water in hun rugzak raakt bevroren.

Stoffige huisvlijtfrutsels

Verder gaat het, over land dat kleurloos mooi ligt te zijn in tinten wit, grijs, bruin en zwart – de kleur is uit het landschap verdwenen. Tegenover De Smidse voert de route door het zompige stroomdal van de Geul. We voelen de bodem onder ons knappen en knarsen. Hoge aarden wallen en bomen vol klitten van maretakken remmen de wind. Pas bij Sippenaken duiken wandelaars op. Ze duiken Le Barbeau, een knus cafeetje waar de kachel brandt en dampende wandelaars zitten te gloeien tussen stoffige huisvlijtfrutsels en kerstballen die jaarrond de gelige wanden versieren. Maar het gaat om de broodjes, die zijn 5 sterren, verklapt de serveerster. Ze woont in Moresnet, België. Wij in Remersdaal, althans vannacht, in de sfeervolle hoeve van Dries en Sophie.

Strompelen

We komen er in het donker aan, de weg erheen was vechten tegen de duisternis. We moesten eerst omhoog door het Bovenste Bosch, trokken door een lappendeken van velden, langs een kapelletje onder een dik besneeuwde eik, en het fraaie kasteel Beusdael, een stoer bolwerk eenzaam overeind in een witte vlakte. We liepen langs heggen en hagen, langs rijen boompjes als stiksels over opbollend land. In de verte dook de Voerstreek op, de lichtjes van Teuven als eerste zichtbaar. Het werd steeds donkerder, steeds kouder ook. Maar we moesten nóg een bocht, weg van de lichten, de donkere bosrand tegemoet. We glibberden over een opgevroren modderpad met verijsde tractorgroeven waarover we meer strompelden dan liepen. En toen eindelijk werd in de verte de kerk van Remersdaal zichtbaar, een zachtoranje ijspegel oplichtend tegen een donkere lucht. ‘Village Wallon’ – Waals dorp – staat er op gebouwtje gekalkt. Een boze kreet in een sombergrijze stad. Dit is de Voerstreek.

 

Heerlijk zoet brouwsel

De Voerstreek is misschien wel het mooiste stukje België, niet groter dan 50 vierkante kilometers en vastgeplakt aan de Nederlandse grens. Het bestaat uit zes dorpen – Moelingen, ‘s-Gravenvoeren, Sint-Martens-Voeren,
Sint-Pieters-Voeren, Teuven en Remersdaal en wat gehuchten. De Voerstreek is een exclave van de Belgische provincie Limburg, heet het, een stukje Vlaanderen op Waals gebied. Met een lange geschiedenis van landje-wissel, felle protesten en een slepende taalstrijd. Tweetalige naamborden (Voerons/Voeren) zijn voor de helft witgekalkt. ‘Het is lang geleden dat die taalstrijd opvlamde’, vertelt Dries van Hoeve Voer en Herve ons. We dragen zijn kadosloffen en drinken een Voers Drupke, een heerlijk zoet brouwsel van sleedoornpruimpjes dat de kou uit ons lijf brandt. Dries vertelt vertelt verder over De Voerstreek. De taalstrijd is oud, de grappen erover nog steeds populair. Het linkse Wallonie (Wallon) wordt uitgebeeld als haan; het rechtse Vlaanderen als leeuw. Pas op, leeuw niet voeren, is de tekst bij een cartoon. En wat er wel moet gebeuren is de leeuw ont-voeren.

Eeuwig in slaap

De pauze zit er op, deel twee van onze ‘overlevingstocht’ in de Voerstreek vangt aan. ‘Vaarwel’, zegt Dries alsof hij voor eeuwig afscheid neemt. De deur slaat dicht en we staan op straat, de Voerstreek glooiend voor ons uit. Niet op de route ligt St Pietersvoeren (de Voer ontspringt er), wel Sint Martensvoeren maar dat dorp – zo zullen we later merken – blinkt vandaag niet uit door gezelligheid. Het ligt bij een kolossaal spoorwegviaduct dat deel uitmaakt van de lijn Tongeren-Aken die door de Duitsers tijdens de eerste wereldoorlog werd aangelegd en heeft langs de route drie cafés. Het eerste lijkt voor eeuwig in slaap, het volgende staat leeg en het derde is vandaag gesloten. Verkleumde wandelaars hebben geen keus. Zonder koffie door naar ‘s-Gravenvoeren. Het moet een keurig trots dorpje zin waar de Voer dwars door het centrum stroomt en de huizen door bruggetjes verbonden zijn met de weg. Je vindt er Herberg De Swaen, een pleisterplaats voor Belgen op zondag en voor verkleumde wandelaars met hongerklap. Maar zo ver is het nog niet. Eerst nog naar Veurs.

Happy end

We dalen af van een vlakte, via een besneeuwd paadje de diepte in. In de verte blaft een hond. Het geluid komt uit Veurs, een gehucht van een paar straatjes met huizen uit vuursteen en van vakwerk. Het mooiste – Ut witte huuske – is wit als de sneeuw en gestut met oeroude balken. Ook in Veurs: Jettekes winkel met zelf gebrouwen drupkes, snoepjes van lievevrouwebedstro, en Voerense perenstroop. Maar Jetteke is dicht. Waar wij komen is alles dicht. De film loopt vast. Maar Bas ritst zijn jas open en tovert uit zijn binnenzak een fles Voers drupke. ‘Van Dries,’ zegt hij. Applaus rondom. De cast ontspant. Voers Drupke redt wandelaars.

Informatie weekend wandelen Voerstreek

Traject We liepen in 2 dagen van Vijlen via Remersdaal naar Eijsden, in totaal 45 km. Navigatie We stippelden deels zelf de route uit, deels via knooppunten, deels via de bewegwijzerde GR128. Zwaarte Licht tot middelzwaar. De wandeling voert door licht glooiend terrein met hier en daar (glibberige) klims/afdalingen via holle wegen. Vervoer Startpunt Vijlen is te bereiken met trein (naar Heerlen) en bus. Het eindpunt van de wandeling, Eijsden, heeft een treinstation. Overnachten In Vijlen sliepen we in Cuba Libra en halverwege de 2-daagse route in Herberg Voer en Herve in Remersdaal

Nóg meer informatie?

Surf naar Op Pad voor nog een artikel over de Voerstreek, aangevuld met informatie over kaarten en gidsen.